Natuurlijke taakverdeling

‘Mag ik van jou de toeter?’ De cv-monteur bevindt zich al enkele uren samen met zijn stagiair in mijn voorraadkast. Hij is heel geduldig, legt de stagiair alles uit en de jongen weet ook nog de goede vragen te stellen. Helaas heb ik geen idee waar ze het over hebben. Ook niet als ze me later uitleggen waarom ze uren met mijn ketel aan het rommelen waren. Ik had namelijk totaal niet in de gaten dat er sprake was van een lek.

Klussen is niet echt mijn ding. Om te zeggen dat ik twee linkerhanden heb, is overdreven, maar ik heb er gewoon geen verstand van. Ik ben trots op mijn zelf gesausde muren, opgeschuurde en geverfde deuren en zelf in elkaar geflansde (IKEA)meubelen. Dat is echter allemaal gebeurd in gezelschap. Samen klussen is niet alleen gezellig, je kunt ook nog eens de mening van een ander vragen.

Want zonder advies kom ik nergens. Het vervangen van een paar simpele lampen kost me minimaal twee telefoontjes en drie wandelingen naar de supermarkt. Nou moet ik er wel bij vertellen dat mijn hulplijn in eerste instantie het verkeerde advies gaf, misschien werkt dat nog een klein beetje in mijn voordeel. Een ding is zeker: ik kan niet zonder hem.

Afgelopen week heb ik mijn houten vloer in de olie gezet. Een behoorlijke klus van drie dagen. Apenkooien, kamperen in de woonkamer en toiletteren op een emmer. Je moet er wat voor over hebben, maar het is me wel gelukt. Weer met een kleine beetje hulp op afstand.

Als het me niet lukt om een band te plakken, bel ik. En met de telefoon op luidspreker lukt het me vervolgens wel. Wanneer mijn oven er mee ophoudt, zoek ik even contact. Zelfs als ik hem alweer aan de praat heb; gewoon om zeker te weten dat de boel niet ontploft. Sta ik bij Gamma en kan ik niet kiezen tussen allerlei planken, schroeven en bouten, dan negeer ik de vragende blik van de vriendelijke gamma-medewerker en bel ik mijn eigen superklusser.

En die heb ik niet alleen op afstand. Regelmatig komt de boormachine bij me op visite. Terwijl mijn vader de hele middag boekenplankjes ophangt in mijn keuken, klets ik met mijn moeder en genieten we van een kaasje en een portje. Af en toe sturen we bij: ‘Iets hoger, iets naar links’ en verder zorg ik voor een hapje en drankje tijdens het klussen.

Natuurlijke taakverdeling noemt mijn moeder dat met een knipoog. Ik zou willen dat het anders was, maar ik doe er toch aan mee. Ik laat graag voor me klussen.

Toch probeer ik nu in mijn eigen huisje zoveel mogelijk zelf te doen. Vinden de mensen van het gas, water of elektra mijn opgave vreemd, dan stuur ik gewoon een foto. Heb ik een muis in huis, dan jaag ik net zo lang op hem tot hij weer naar buiten vlucht. En als ik niet weet wat ik moet doen? Dan heb ik gelukkig altijd mijn hulplijn op afstand. Mijn held. Meer heb je toch niet nodig?

Mannenplekken

‘Jij komt te weinig op mannenplekken.’ Uit het niets slingert vriendin X een verwijt naar mijn hoofd. Ze bedoelt het goed. Gunt me een leuke man. En het ergste is: ze heeft ook wel een klein beetje gelijk.

Want op een gezondheidsredactie vind je weinig mannen. Een verdwaalde stagiair komt daarbij absoluut niet in aanmerking. Gezondheidswetenschappen, journalistiek, medisch vertalen. Geen plekken waar je de mooiste mannen vindt. Vrouwen voeren tijdens al mijn opleidingen duidelijk de boventoon.

Mijn hardloopclubje heet ‘chicks only’ en tijdens bezoekjes aan de sauna of het theater kom ik vooral de oudere heer tegen. Jonge en aantrekkelijke mannen zijn er wel. Helaas aan het handje van hun vrouw of vriendin.

In de kroeg pak ik het zelf verkeerd aan. Ik ben namelijk niet zo’n jager. Borrelen, dansen, genieten: ik doe het graag. Maar dan wel met mijn vrienden, zo vaak zie ik die niet. Bijkletsen dus! Met weinig oog voor de omgeving.

De sportschool dan. De perfecte omgeving om leuke mannen te spotten en toevallig ben ik een echt sportschooldier. Hangen aan de gewichten is niet mijn hobby, maar het is wel een ultiem kijkmoment. Hard werken schept een band en tijdens oogcontact begrijp je elkaar. Ten minste voor even.

Het grootste deel van mijn sportschooltijd zit ik echter op de spinningfiets. Als instructeur. Tijdens de les zijn veel ogen op mij gevestigd. Ook die van leuke mannen. Ze zweten, hijgen en kreunen. Na afloop komen ze vertellen dat ik ze heerlijk heb afgemat. ‘Volgende week weer!’ Maar daar blijft het bij. ‘De spinningjuf ga je niet versieren’, aldus X. Weer heeft ze gelijk. Daarbij hebben ze vast een vrouw thuis. En drie kinderen.

Gelukkig ben ik niet de enige. ‘Ik weet niet meer waar ik mannen tegen moet komen, Miek’, verzucht vriendin Y. Ook zij is overal. De mannen niet. Waar dan wel?

Ik heb me wel eens laten vertellen dat je de vrijgezelle man kunt vinden bij het kant-en-klaarvak in de supermarkt. Kiezend uit een grote variatie aan magnetronmaaltijden, pizza’s of als je geluk hebt wereldgerechten. Een dagje supermarkt zou dus met gemak een man op moeten leveren. Een kant-en-klaarman, dat dan weer wel.

Ook speeltuinen, dierenparken en pretparken op zondag schijnen een aanrader te zijn. Gescheiden mannen nemen hun kinderen graag een dagje mee uit in het weekend. Is er in de weide omtrek geen vrouw te bekennen? Dan is hij vast single. Met een beetje extra bagage.

Kokend, niet te veel bagage en ook nog vrijgezel: het is een stevig eisenpakket. Ze moeten bestaan, maar ik vind ze niet. Dus waar verenigen deze heren zich? Wie het weet mag het zeggen!

Eeuwige trouw

Voor mij is trouw altijd iets vanzelfsprekends geweest. Iets waar je voor kiest. Niet altijd even makkelijk misschien, maar het kan. Mijn ouders zijn al bijna 35 jaar getrouwd, mijn opa en oma 60. Een vertekend beeld? Ik weet het niet.

Ok. Ik beken. Toen ik een jaar of 14 was heb ik het een keer niet zo nauw genomen met het mij geschonken vertrouwen, maar verder ben ik altijd netjes geweest. En mijn ‘vriendjes’ voor zover ik weet ook. Daarom stond ik ook altijd vrij snel met mijn oordeel klaar als iemand vreemdging. Klaar. Afgelopen. Over en uit.

Met zo’n zelfde zwart-witte bril keek ik naar therapietrouw. Tot ik zelf patiënt werd. Want therapietrouw bleek helemaal niet zo makkelijk. Het is verdomde lastig zelfs. Ik moet rekening houden met maaltijden, voldoende drinken en in het weekend heb ik gewoon geen ritme.

Het lijken smoesjes en dat zijn het misschien ook. Maar het zet me wel degelijk aan het denken. Als het zo lastig is om therapietrouw te zijn, hoe weet je dan dat je altijd trouw kunt zijn aan een partner. Daar zijn vast ook wel goede excuses voor te bedenken. Ben ik dan te streng? Misschien is trouw wel gewoon een heel grijs begrip.

Gelukkig was er een jongeman die mij heel gauw weer met beide benen op de grond zette. Hij noemde zichzelf ‘Just curious’, was 28, ingeschreven op een datingsite, maar niet single. Bij mij gingen meteen alle alarmbellen loeien. Hoe haal je het in je hoofd.

Natuurlijk weet ik dat er ook sites als ‘Second Love’ bestaan, maar ik was nog niemand tegengekomen die openlijk uitkwam voor het feit dat hij niet single was, maar wel op zoek. Uiteindelijk won mijn nieuwsgierigheid het van de moreel en ik ging het gesprek met hem aan.

Just curious had al vijf jaar een relatie, woonde al enige tijd samen, maar de spanning was ver te zoeken. De keurige jongeman was op zoek naar de spannende kant van zich zelf. Daarbij was hij zichzelf nog aan het overtuigen, wat bleek uit zijn overmatig gebruik van het woord ondeugend.

Niet zijn verhaal was uiteindelijk wat ik bijzonder vond, ik verbaasde me meer over mijn eigen gedrag. Ik kreeg enorm de neiging om hem een spiegel voor te houden. Ging de psycholoog uithangen. Hem confronteren met de tegenstrijdigheden in zijn verhaal, indirect overtuigen van zijn ‘foute’ gedrag.

Ik geloof in trouw! Ook al wil therapietrouw me niet altijd even goed lukken. Toch geloof ik dat het kan. Misschien niet voor eeuwig, hoewel ik daar stiekem wel op hoop. Met een beetje nieuwsgierigheid is helemaal niets mis. Maar bij voorkeur wel open en eerlijk. Of samen nieuwsgierig zijn!