Vuurhoutjes

Bij ons thuis ligt er altijd een doosje lucifers op het toilet. Voor mij de normaalste zaak van de wereld. Die verschrikkelijke bloemige spuitbussen die je proeft in je mond zijn aan ons niet besteed. De lucifer werkt net zo goed. Of misschien zelfs wel beter. Daarbij drijft er altijd een houtje in de pot ter waarschuwing. Een stuk subtieler dan zo’n muur van bloemen waar je tegen aan loopt.

In mijn eigen huisje heb ik het tot nu toe zonder lucifers gered. Ik ben ten slotte de enige die stinkt. Dat het gebruik van lucifers echter niet zo wijd verspreid is, bleek toen mijn vriendje M voor het eerst een bezoek bracht aan het toilet van mijn ouders. Bij terugkomst vroeg hij me fluisterend waar dat doosje vuurhoutjes voor diende.

Het blijft een bijzonder gegeven: dat iets wat zo normaal is voor jou, voor een ander zo vreemd kan zijn. Je krijgt ongemerkt zoveel mee van je ouders. Ik denk dat mijn huishouden aan elkaar hangt van dingen die ik thuis geleerd heb, maar ik zou ze niet kunnen benoemen. Pas als iemand je er naar vraagt – zoals met die lucifers – valt het op. Of wanneer je in een andere omgeving bent.

De eerste kampeervakantie met M is daar het ultieme voorbeeld van. Op de basisorganisatie in de tent zou mijn vader trots kunnen zijn. De door hem veelvuldig gebruikte boodschappenkratjes vormden een prima systeem.

Daarna nam een andere vakantietraditie het over; vooral in het slaapgedeelte. De tent werd een uitdragerswinkel. Overal lagen kleren, handdoeken, opladers. En hoewel dat me thuis op mijn zenuwen zou werken, voelde ik me er nu prima bij. Het deed me denken aan de wintersportvakanties van vroeger.

Zelfs het bereiden van eten ging op de ouderwetse campingmanier. Koffie zette ik met behulp van een losse filter en kokend water. In plaats van een thermosfles hadden wij een colaglas van de McDonalds, maar het principe blijft hetzelfde. En het roerei dat ik waarschijnlijk voor het laatst at bij mijn ouders in de tent, stond deze zomer meerdere keren op het menu.

De lucifer bleef M na mijn uitleg fascineren. Een paar weken later vertrouwde hij me toe dat hij zo graag eens bij mijn ouders wilde poepen. ‘Zou de boel dan ontploffen?’ Ik moet eerlijk bekennen dat ik niet weet of hij het al geprobeerd heeft, maar het doosje lucifers dat na de vakantie overbleef, ligt nu op mijn toilet.